Diever
Hunebed D52
Het hunebed staat aan de Oude Groningerweg te Diever op 15 minuten lopen van het Schultehuus. Het is in 1871 door het rijk aangekocht. Samen met het hunebed van Havelte D53 vormen ze, naast de groot dubbelrijige Hondsruggroep, een kleine West-Drentse groep.
De bekende archeoloog, professor dr. Albert Egges van Giffen (1884-1973) stelde in 1918 vast dat het hunebed in een zeer slechte staat verkeerde. In 1932 werd het hunebed door Van Giffen verder onderzocht en in 1953/1954 volgde er een restauratie.
Het hunebed D52, omstreeks 1910
Hunebed D52a
Ook wel het Pottiesbargien genoemd. Op 15 maart 1735 werd door de Staten van Drenthe een verzoek van Jan Hindriks en Hindriks Jans gehonoreerd om in het Wapserveld enige stenen te mogen rooien die misschien oorspronkelijk van een hunebed waren.
In 1922 werd door Van Giffen de standplaats van het verdwenen hunebed gevonden. Van oudsher heette deze plek 'het Pottiesbargíen'. In 1929 werd een onderzoek ingesteld. Daarbij kon de plattegrond van het hunebed worden opgetekend.
Bij de verschillende opgravingen is een groot aantal vondsten voor de dag gekomen. Sprekend is de vondst van een ijzeren koubeitel, mogelijk een 'souvenir' van degenen die de sloop van dit hunebed op hun geweten hebben.
De Steenkistheuvel
Ligt ten noordoosten van Diever, nabij het 'Armen-werkhuis'. De steenkist is gebouwd ten tijde van de trechterbekercultuur.
In 1929 voerde Van Giffen de opgraving uit waarbij vijf trechterbekers, een zuigflesje, bijlen en pijlpunten zijn gevonden. In de onmiddellijke nabijheid van de heuvel lag een kindergraf.
De tweede grafheuvel
Ligt ongeveer 50 m ten zuidwesten van de steenkistheuvel. Deze grafheuvel is in september 1931 door Van Giffen opgegraven. Als grafgift had de overledene een vuurstenen mesje meegekregen. Dit graf moet uit de late klokbekerperiode stammen.
De Paaschberg
Ligt aan de bosweg even buiten het dorp. In 1931 voerde Van Giffen de opgraving uit. Gelet op de vondsten die er zijn gedaan is het is zeer waarschijnlijk dat de Paaschberg uit de bronstijd dateert.
1931. Het onderzoek op de Paaschberg
De Tweeënberg en het urnenveld
In 1927 werden westelijk van twee grafheuvels, de Tweeënberg bij Wapse, urnen gevonden. In 1931 werd dit gebied nader onderzocht met een vervolgonderzoek in 1955. De Tweeënberg vormde de kern van een grafveld. De westelijke heuvel bleek een zogenaamde vierperioden heuvel te zijn en de oostelijke heuvel bleek in twee fasen te zijn ontworpen.
Het urnenveld is van ca 1000 - 500 v.Chr in gebruik geweest. De nederzetting die bij het urnenveld behoorde zal op betrekkelijk korte afstand hebben gelegen.
De Wittelter Schans
In het Wittelterveld, tussen het gehucht Wittelte en de buurtschap 't Moer, bevinden zich verschillende wallen en grachten. Ze zijn kennelijk door mensenhanden aangelegd en onderling met elkaar verbonden en dienden een gemeenschappelijk doel.
Sommige onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de Schans van militaire betekenis was. Anderen daarentegen waren van mening dat het onder de naam Wittelter Weere gediend heeft voor het houden van hagepreken in Dieverder dingspil.
Tot dusver echter liggen de oorsprong en de bestemming van het werk in het duister.
De Wittelterberg
Vermoedelijk een overblijfsel van een zogenaamde Frankischen burcht. Verondersteld wordt dat de giftbrief van Keizer Hendrik III van 12 mei 1040 op deze burcht betrekking heeft. In deze brief worden de goederen van een zekere Ulfo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peelo, verbeurd verklaart en aan de kerk van Utrecht geschonken als allodiale bezitting.
De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de zogenaamde St. Peters Roggepachten.
De burcht te Wittelte zou door een van de gebroeders zijn bewoond.

